Klassenleerkracht & vakleerkrachten

In principe begeleidt een klassenleerkracht de leerlingen vanaf klas 1 (groep 3) t/m klas 6 (groep 8). Zo kent de leerkracht de leerling door en door, hij volgt diens ontwikkeling gedurende een lange tijd en kan een kind zo op de best mogelijke manier begeleiden. De verbinding met de enkele leerling en met de klas als geheel, kan zo heel sterk worden.

Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat kinderen hun weg met meerdere volwassenen gaan. ‘It takes a village to raise a child’ vinden wij een mooie uitspraak.
De klassenleerkracht geeft vijf dagen per week periodeonderwijs (moet nog een link komen. Ook viert deze de jaarfeesten (moet ook nog een link komen) met zijn klas. Tijdens de overige lessen (vaklessen) komen heel bewust verschillende leerkrachten in de klas werken.
Iedereen uit het college heeft een natuurlijk talent, een interesse of een bijzondere capaciteit en neemt zo bepaalde vakgebieden voor zijn rekening.

Zo maken we optimaal gebruik van de kwaliteiten, kennis en interesses van ieder mens: Een leerkracht wiens moedertaal Engels is, zal uiteraard het vak Engels verzorgen. Iemand met veel ervaring in – en affiniteit met boetseren, verzorgt de boetseerlessen. Waar nodig werken we met vakleerkrachten die geen eigen klas hebben. Te denken valt hierbij aan euritmie of muziek, maar het liefste integreren we vakleerkrachten als klassenleerkrachten in ons college. We verwachten dat dit concept op een meervoudige wijze de onderwijskwaliteit ten goede komt:

De leerkrachten geven les vanuit hun sterke verbinding met de leerstof. De leerlingen beleven de veilige en intense verbinding met een dagelijks aanwezige klassenleerkracht, tegelijk zorgt de diversiteit aan vakleerkrachten ervoor dat de kinderen zich aan verschillende voorbeelden kunnen ontwikkelen. De eenzijdigheid die elke leerkracht op zijn manier heeft, wordt door deze diversiteit opgevangen en we verwachten dat er minder leerkrachtafhankelijke klassen zullen voorkomen.